Kaleidoscoop: Licht

vrijdag 21 oktober 2011

Licht

(maart 2011)

Licht is warmte, licht laat ons iedere dag uitvouwen,
Weer rijzen als bloemen, herrijzen uit de onderwereld,
Uit de diepte der oceaan, waar alle vormen gedachten zijn –
Het omhult het al, we zien alleen wat het licht laat zien.
Bij de snelheid van het licht, zal alles bevroren aandoen?
Zal de tijd stil staan, gelijk lichtgolven hangend als ijs in de hemel?
Treedt mijn woonruimte binnen en zie de dingen zoals ik ze zie:
Verstard en stil, als een slapend kind, lijkt alles zo wanhopend
Om niets, een storm, een spel, een duizelingwekkende spiraal,
Naarstig op zoek naar het oog, een nieuw begin; doch,
Niet meer dan een begin dunkt mij de schepping,
Nog los komend van de moederschoot,
De vader met de morgenzon vertrokken.
Toen 's ochtends de droom helder werd
En de ogen begonnen te branden,
Ging hij heen en liet mij alleen,
Ik, het woord, zoon van het licht,
De armste aller armsten, de leegste;
Ik treed thans voort uit de duisternis,
Kom nu met geschenken tot de mensheid,
Omdat ik anders niet meer hoef te zijn.
Alle liefde; pijn, ik verzamelde het in een vat
En smeekte dat ik zou kunnen blijven leven
Ik kreeg het antwoord: ‘het is niet moeilijk -
Men leert het vanzelf: je hoeft slechts te geven;'
Dus schenk ik vanaf nu mijzelf aan mij,
Zo zweeft dit ogenblik zo gewichtloos
Als de veer van MA'AT,
Vederlicht voorbij.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten