door de nacht te gaan
en op te staan.
op een zondag:
een duister licht schijnt
van voorbij de heuvels.
zo dwingend,
zo dwingend probeer ik -
tracht ik het te vinden;
daar aangekomen
zit het bij mij binnen.
ik kan het reeds gevondene
niet opnieuw vinden...
het zit binnen.
vanuit de bovenlucht weerklinken
de propyleeën van de geest
volledig ongezien in deze wereld,
ongekend;
en ver mijn lichaam uit, gezeten aan 's lichts zij,
de kosmos evenredig, in ieder deel van mij,
doordringt zij mij volledig, tongval wordt tot zaad,
een zichtbaar stil geluid, het venster mijn gelaat.
nooit is het te laat, te laat is het nooit.
want zo graag wil ik slechts natuur zijn,
complex spiegelbeeld van een geheel;
puur en onafgebroken deel van mij.
de ceders zongen maar het werd verdrongen
en zingend hoor ik enkel tranen smeken...
"kijk in mij, en zie mij!"
zo een
heimwee en herinneringen - het zijn
twee onlosmakelijke dingen. en daar
waar de ziel in een lichaam neerdaalt,
daar raakt zij verdwaalt, zegt men.
maar
ze danst de kleuren van haar denken tot een symfonie
synergie en haar symmetrisch gelaat
straalt - zij dwaalt niet;
zij daalt neer
wanneer zij kiest te dwalen
want zij ziet de som der dingen;
de naakte herinneringen,
het skelet achter de betoveringen.
zij haat niet -
zij verhaalt enkel tot het oor
dat horen wil: “hoor de tonen van een nieuwe geboorte.”
ze transformeert, onherroepelijk
door eeuwen heen vanuit dit enige moment -
eeuwen in één moment, wie hoort haar stem, wie?
sophia,
oh,
sophia.
als ik eens wist waarvandaan,
dan wist ik waarnaar...
heimwee en herkenningen, remmingen,
zijn dit slechts herinneringen?
niemand die het mij zeggen kan.
ze zeggen: de dood bevrijdt de vlinder pas,
te pas en te onpas, maar ijdel en leeg is het wat ze zeggen
en ik zie het, en ik hoor hun jammerlijk kermen...
het is mijn kruis dat ik dragen moet in dit bestaan
kon ik maar gaan, terug, tot waar ik dit niet zien hoefde
ik sla de spijkers in het vlees van zelf vervullend verlangen.
zoals het is geweest, gaat het - zo is het altijd al gegaan.
als ik mijn leven droom
en mijn dromen beleef
ben ik dan wel enkel ik
of is er iets dat ik niet zie?
kun jij mij zien, "ken je mij?"
kun jij zien, waar ik niet kijken kan?
wat zal ik voelen? als je kijkt in mij,
door mij heen, en alles dat verborgen is ziet;
blijf ik gespaard? blijft iets gespaard?
als woordeloze zinnen zullen waaien
kan ik dan zien, net als jij?
zal ik het ooit kennen?
zal ik mij ooit kennen..?
mijzelf, of iets, dat niet ik is.
wat een heimwee, maar naar wat?
naar hier, naar mij, naar toen, naar daar,
ergens waar het beter was
ergens waar ik was
of, naar later…
hoe lang, hoe groot,
hoe breed is deze krater?
ik ben verdwaald.
geesten blijven hopen, blijven zoeken,
maar simpelweg horen willen zij niet.
ik zie hun daaraan verwant verdriet,
gebonden aan woorden zijn zij
niet langer goddelijk.
ook al is het woord bij god,
zij lezen enkel zichzelf,
en leren zonder te weten
en weten om te vergeten.
want
wij horen slechts onze eigen grenzen
en dat noemen we grenzeloos, het is
niet de grenzeloosheid
die zonder concessies
breekt, scheurt, doodt...
zo eenzaam is het morgenrood
als de nacht waaruit zij herrijst
donker, leeg, vol van niets weten,
en toch zo veel weten -
hoe kon ik het vergeten?
een soort dialect.
versta je mij?
dia na dia
via via
in het hoofd:
het verdooft,
om zichzelf te beschermen.
het slot ligt in mij,
om gebroken te worden
laat me vrij –
ik ben toch niet jij? -
dat is niet wat het is,
dat is,
nooit vrij zijn.
en dat niet te weten...
kan ik het ooit nog vergeten?
kus de vrucht terug in de wind
adem haar adem, niet voor niets,
niets voor niets; heb geen spijt
maar laat vooral je tranen gaan
zo zal je ontstaan, bestaan,
vergaan.
en
op dat moment
wist ik niet beter
dan dat ik stierf
- of gestorven was.
"ik ben er niet langer," dacht ik,
ik ben niet meer. de gedachte zelf
leek waardeloos, onvruchtbaar -
en hoe de lading van die woorden
het gevoel doet weder-scheppen,
dat bleef uit.
de woorden waren er nog in overvloed en niet alleen de mijne,
maar geen enkel woord leek ooit nog gesproken te hoeven worden:
idylle.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten