Kaleidoscoop: Heimwee

maandag 30 maart 2015

Heimwee

Ik schouw mijzelf in de geest
Ik zie wat ik ben, ben geweest.
& zie wat ik worden zal, te midden
Van allerlei herinneringen bidden
Dat het allemaal anders zal lopen.
Zo dans ik op knopen, zo hak ik mij
De benen af. Ik bedelf het leed onder
Een kleed van tranen, wanen, gedaanten,
Realiteit aankledend zoals ik mijzelf aankleed.
Deze werkelijkheid is aan mij niet besteed zo!
Het moet en zal veranderen, transformeren -
Dus kleed ik het maar aan, in nieuwe kleren...
De oude gooi ik weg, in een vuilniszak. Hup.
Ook mijn nette pak, dat dient mij niet langer:
Ja, ik ben nu van een werkelijk idee zwanger.
Bijna bevallen moet ik - Zweet en tranen
En banen als meridianen van zenuwpijnen
Schieten op en neer door dit instrument...
Alles is tegenovergesteld aan het gewende:
Cirkels en lijnen die mij plots toeschijnen
Als heilige wegwijzers – Flora & Fauna
Komen samen om mij te beminnen -
Ik keer mij naar binnen.

Ik zie daar wat zich buiten mij afspeelt
Maar dan in miniatuurvorm – alles verdeeld
Door mijn orde scheppend bewustzijn -
En dan het bewust zijn van mijn wezen...
Ik heb mij in de geest gelezen.
En weet je wat ik zag?
Een traan en een lach.
Het was bijna om te brullen,
Die eenvoud, souplesse,
Als ik de leegte had kunnen vullen...

Ondoorgrondelijke wegen
Trachten te voorkomen
Dat het bloed
Te snel stromen wil -
De ademhaling verstokt;
Ik zie: ik ben in de val gelokt.
Ik zie slechts nog mijn eigen grenzen;
Diepste wensen, en het verlangen, zo veel.
Verlangen, te gek om uit te spreken!
Dus wacht ik op een teken, dat ik weten zal
Wat mij te doen staat - ik sta paraat,
Klaar om het zaad te planten.

De boom verhaalt over mijn droom
Net zo lang leven te kunnen,
Alles te zien -
Maar ook net weer niet alles,
want alles is voor altijd,
En altijd is te heftig voor het verstand.

Zo raakte ik verbrand, aan mijn zon,
Dat licht van het denken, de goddelijke wil;
Dat is hoe het werkelijk begon. Ik overtreed,
Zo raak ik mijn verstand kwijt. Zo roekeloos en
Boos bovendien raak ik verstrikt in een doolhof!
Maar dan vol lof - en met laurierkrans in hand
Kom ik naar mijzelf toegelopen, - raak mijzelf.
Het levende woord, vastgelopen in de tijd...
Open de knopen; toon mij mijn naakte lichaam.
Ik schouw een spel en weet dat ik het ben;
Dat ik het beest tem, met mijn gedachten -
Die kunnen de pijn dus echt verzachten,
Van het altijd afgescheiden zijn. Alleen,
In een kerker van eenzaamheid.
Dan raakt men het pad kwijt:

Ik loop terug naar het begin
Om zo te vinden wat ik zoek:
Een bocht, een kronkel, een spiraal,
Een afwijking in de weg... zie je dat?
Dat is wat mij heeft gemaakt: strijd.
En hoe zeer het ook niet uit maakt,
Dat is hoe ik de wereld, mat, meten doe,
Als een wiskundige meet ik de grenzen
Van mijn eigen kosmos. Ik geef alles naam
En het begint te glanzen onder mijn loep;
Overweldigende lichtflitsen in een oersoep.
Een kristalhelder ochtendgloren als ijs;
Dat is wanneer ik eindelijk om hulp roep.
En alles komt vlug aangesneld, valt samen -
Zenuwen bekneld; dat is hoe het hart smelt.
In het vuur begon ik te geloven...

Strijd en vrede paren voor mijn ogen, en
Zoals ik mijzelf aanschouw in alle waarheid,
Los van alle tijd - vrij van beperkingen,
Vrij van beslommeringen, onbekende werkingen -
Zo verlicht ik het hele pad, vergeet de weg
En wandel. Dat is hoe ik mijn verdriet overwin.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten